San Juan de Plan

De plannen voor deze (werk)vakantie ontstonden verleden jaar toen ik het plan opvatte om Spaans te gaan leren. Of liever gezegd mijn Spaans op te gaan halen uit de kelders van mijn herinnering. Zo kwam ik terecht bij ConTacto Spaans, een conversatiecursus die in Utrecht door
Marjanne Haitsma wordt gegeven. Terug in mijn ouwe státsjie Utrèg en nota bene op de Oude Gracht. 
In haar programma zit ook de mogelijkheid om alles in praktijk te brengen in een Spaans bergdorp San Juan de Plan midden in de Pyreneeën.. Een mooie combinatie van vakantie en een cursus doen, net zoiets als ik in Italië heb gedaan in Cagli. Bij het vertrek is het koud, slechts een graad of 10, bewolkt en staat er een harde wind. Herfstweer in de Hollandsche zomer. De route gaat geheel binnendoor, ik wil geen snelweg zien. In het begin heb ik wel een “wattenhoofd” want eigenlijk niet echt geslapen maar gaandeweg gaat het beter. Ik weet niet of het door de FJR komt of gewoon door het motorrijden maar ik put er een geweldige energie uit. Het rijden over de N- en de D-wegen door Frankrijk is een groot genoegen mede omdat het zeer rustig is. Zaterdagmorgen en nog geen vakantieseizoen in het land van Marianne. Dat blijft eigenlijk de hele dag zo. Om acht uur zie ik pas de eerste zon maar het duurt tot ongeveer 2 uur voordat ik het werkelijk warm krijg. Geen punt voor mij want het geluk wil dat het droog blijft. 
Het mooiste gedeelte is voor mij de N102 en alles wat erna komt met de afdaling naar Lalevade als kers op de taart.  Een mooie route qua natuur maar meer nog om met de motor te “nemen”. Gewoon Geweldig!!   

Na 1130 km sta ik  om drie uur `s middags voor de camping Le Barutel in Pont Delabeaume zo`n 25km vóór Aubenas. De camping is wel gemoderniseerd maar het karakter is behouden. Een kleine familiecamping, rustig en allemaal mensen die hier soms al jaren komen en daarna hun kinderen. Tot mijn verrassing zijn Jan Plank (Jean Plange) en zijn vrouw nog in levende lijve aanwezig. 26 jaar geleden waren zij nog de eigenaars van deze camping die toen nog met recht een a la ferme-camping genoemd kon worden. Heel aardige mensen die het bijzonder leuk vinden om die generaties hier terug te zien.

De camping maar dan plm. 1982 en in 1991 met de BMW R75 en Gerda in de helm. Dat jaar gingen we met Peugeot 205, aanhanger, 4 grote pubers en de BMW. Een puber achterop en karren maar. Eenmaal daar konden we samen lekker rondtuffen.

Na de cappuccino die totaal niet te pruimen bleek, steeg ik om 10 uur op om aan de mooiste rit van mijn motorleven te beginnen, maar dat wist ik toen nog niet. Via de N102 naar Aubenas en vervolgens de D751 overgaand in de D104a en daarna kon het feest beginnen met de D901. Tot aan de aansluiting met de A75 is het één groot feest van bochten in alle soorten en maten. Er kon op het scherp van de snede en alleen de zijkanten van de band gereden worden omdat er vrijwel geen verkeer was. Bij elkaar een kilometer of 80 ultiem genieten voor een motorrijder. Ik kan gerust zeggen dat dit inderdaad de mooiste rit tot nu van mijn leven was. Eenmaal op de A75 vond ik daar al snel niet veel aan en ik besloot mij weer aan het binnenwerk te wagen. Dat heb ik tot het eindpunt laten duren waarbij steeds die A75 wel even in het oog kreeg en hem soms kruiste. Waar er aanleiding toe was, stopte ik voor een paar foto`s en een bakkie met krwassantje. Ergens bij Lodève had een ingeblikte piloot zijn auto in een greppel en tegen een boom geparkeerd. Volgens mij waren alle Jan Darmes uit de streek erop afgevlogen want het wemelde van die gasten. Dan kan ik weer op het gas was mijn gedachte en los ging het weer. Een paar kilometer verder was de sjooffeur van een oude Peugeot J9 de weg kwijt geraakt en stond tussen de druivenstronken geparkeerd. Hier en daar een deur en nog wat losse rommel en hier stond blijkbaar de rest van de Darmen. Daarna heb ik ze niet meer gezien. 

Plotseling reed ik naast het Canal du Midien bij Capestan waar veel bootjes en schepen liggen, meerde ik af bij een restaurant. Ik kreeg de bestelde petit café maar ik moest het veld ruimen voor een groep en kreeg geen eten. Rare jongens en meiden die Fransen. Op de mij bekende cynische wijze maakte ik mijn ongenoegen kenbaar maar de Sjaane Dark bleek een harnas te dragen, ergo conclusio kon ik weg. Van een fraaie Engelse kreeg ik nog een half stokbrood met kaas aangeboden waar zij geen ruimte meer voor had maar op dat liefdesaanbod kon ik helaas niet ingaan. Ik ben geen klosjaar en bedankte haar verder zeer vriendelijk.

"Op weg naar het einde" (Reve) van de rit naar Mirepeisset. Daar landde ik om half vijf bij Camping Le Val de Cesse en werd hartelijk welkom geheten door een vrolijk zwangere Hollandse, geboortig uit Gouda en uit Assen naar Frankrijk gevlucht. Hier woont zij met vriend nu een jaar of vier en zeer tot genoegen. Zij reikte mij nog een leuk restaurant aan en daar zal ik mij vanavond eens verlustigen aan een fraai stuk vlees en een lekker glaassie wijn. Het is nu een uur of zeven, de huid is gesopt en de tekst is getikt net als ik. Nu nog de foto`s overladen en dan kunnen we ons opmaken voor diner, nacht en het reeds bestelde ontbijt in de kantine. Daarna gaat het crescendo naar de aanloop van de Pyreneeën waar ik 345 kilometer over mag doen tot Font Romeu.

Dat rijden bleek een enorme tegenstelling met gisteren. In vier uur legde ik slechts 170 km af door het binnendoorste van het binnendoorste. Als je een beginner van het motorrijden af wilt helpen dan moet je zo`n route met hem of haar gaan rijden en dan ook nog op tempo!. Een hoge snelheid staat gelijk aan zelfmoord want de wegen zijn vaak weggetjes van een grote auto breed. De bochten zijn vrijwel allemaal kort en scherp en een tegenligger heb je ook meteen voor je neus.
Dat overkwam mij ook nog een paar keer. Één keer miste ik een Alfa op een haartje en een andere keer moest ik even een tikkie terug om een nogal grote spiegel van een Landrover te ontwijken. Ook het asfalt leek wel kortgeleden met een teerkwast aangebracht en met ruime hand van grit voorzien. Ook dat drukt natuurlijk de snelheid evenals de minder egale ondergrond die de FJR soms liet bokken als een rodeostier.
Over de route verder niets dan goeds met een geweldig mooie natuur. Het was eigenlijk een hemelse helletocht. Onderweg kocht ik een drietal flesjes water die ik, wanneer nodig, bijna zonder slikken even leeg liet lopen want het zonnetje bracht de lucht tot een graad of dertig. De hele route bestaat uit diverse gedeeltes met een eigen naam. Route de Corbières, Route de Vin, Route de Cathar en route de Cotes de RoussillonIn de laatste kwam ik door de Gorges des Canalettes  en de Gorge de Caranca.

Ik denk dat het de eerstgenoemde route is waar op zekere tijdstippen het verkeer met verkeerslichten steeds in één richting wordt doorgelaten. Moeten wachten is dan geen straf of je moet het elke dag tegenkomen natuurlijk. Nu is er geen regeling en dan kun je met een auto niet stoppen en soms moet er wat heen en weer worden geschoven om elkaar te kunnen passeren. Met de motor heb je daar geen last van en ik parkeer hem dan ook in de kom van een slinger in de weg.

vaststaan tussen een kudde geiten

Kittens uit San Juan de Plan.

Rond een uur of een vergreep ik mij aan een panchetta. Een soort pizza met vier soorten kaas. Alleen was de bodem een snee brood ter grootte van 1/3 vierkante meter en 1,5 centimeter dik. Dit geheel gepresenteerd op een houten plankje. Twee Ice Tea voor de dorst en een zeer goede Lavazza om het af te sluiten. Op een van de eerste grotere cols reed ik op een kudde geiten die wegbreed op mij af kwam sukkelen.
Ik ben maar gestopt en heb de camera gepakt om dit evenement even vast te leggen. De herder aan het einde schoot mij aan met de mededeling dat juist vóór Font Romeu de weg afgesloten zou zijn vanwege een verzakking van de weg. Hoe die man dat op die plek kon weten was mij een raadsel maar uiteindelijk had hij bijna gelijk. 
De weg werd inmiddels gerepareerd en één helft was weer begaanbaar. Wel werden wij een half uurtje stilgezet om de mensen hun werk te laten doen. Uiteraard reed ik naar de kop van de file en trof daar een andere motard met passagiere. Een Fransman die mij enigszins neerbuigend vroeg of “dat ding” wel een beetje reed. Ik zei dat het wel ging en nadat wij weg mochten, liet ik hem mijn uitlaten zien. Alras was hij uit beeld en af en toe hield ik wat in om hem wat hoop te bieden. Maar na een paar kilometer had ik er genoeg van en ging het gas erop. In Font Romeu stond ik naar een camping te zoeken en daar kwam hij een paar minuten later voorbij. Op mijn zwaaien kwam helaas geen reactie. Hij zal wel iets gedacht hebben in de trant van:"zut", oftewel:"shit die ouwe wil nog wel". Hahaha…kunnen rijden als een gek ventje noem ik dat.

 

Het Andorrese rijden langs steile roetsjbanen..................

Allez, om even na achten gaf ik de FJR weer de sporen voor de laatste etappe naar San Juan. Na een kwartiertje stopte ik voor een krwassantje met sjokolade en een gewone krwassant die ik wegspoelde met de eerste echte en lekkere espresso’s. Het was nogal bewolkt en ik vreesde eigenlijk regen. Dat kwam er ook wel maar niet in de vorm die ik dacht. Richting Andorra sturend, klom ik steeds hoger en belandde uiteindelijk in de wolken. Dikke mist dus en natuurlijk ook regen vanwege de hoge luchtvochtigheid zal ik maar zeggen. Voor de veiligheid liet ik de Pas de la Casa naar  Andorra letterlijk links liggen en nam de tunnel  D' Envalira en ja hoor, na de tunnel was het weer helder en droog. In Andorra moest ik eerst even tanken en dat is lachen daar. Een hele liter voor het weggevertje van 1,019 neuroses. Verder heb ik daar nergens naar gekeken, dus ook niets gekocht en gaandeweg bleek dat je behoorlijk wordt vergast in het centrum. Bah bah, wat een stank. Daarom maar de pas, de  Carratera del Coll D'Ordino, genomen die mij weer Andorra uitbracht.   
Het grootste deel van de dagroute zou mij over de N260 voeren. Als ik al enige sensatie had genoten, werd het nu echt spectaculair rijden. Het eerste deel is steil, korte bochten, korte rechte stukken, brede weg, geen verkeer dus weer helemaal genieten tot uit het dak. Wat een tegenstelling met gisteren. Het tweede deel is ook weer geweldig want de weg is hier vrij nieuw, prachtig asfalt en heel veel, hele lange bochten. De rechte stukken werden afgeraffeld met bijna 150 in het uur. Dan is er koffie en een bocadillo con jamon in La Pobla de Segur. Heerlijk in het zonnetje met een temperatuur die vandaag de dertig weer zal halen. Hierna blijk ik een foutje met MapSource te hebben gemaakt want ik kom op een zeer klein en zeer slecht weggetje terecht. Het is maar vier kilometer dus maak ik die wel af.
 
Hoe het was? Nou zo ongeveer als de gewone wegen in Portugal twintig jaar geleden. Wat vast zit gaat los en wat los zit rammelt uit elkaar. Verder dan de tweede versnelling en rustig tokkelend, kom ik niet. Dan volgt weer die N260 met een nog nieuwer stuk. Geweldig maar dit eindigt abrupt in een knerpende hairpin die meteen steil de bergen in vliegt. Wel smullen maar een bizarre overgang. Overigens kom ik een beroemde plaats tegen, zij het dat dit juist de echte is. Jaren geleden hebben we gesmuld van deze serie op teevee en nu rijd ik hier zomaar binnen, BONANSA.
En bij het schrijven van de naam hoor ik meteen weer de muziek.

Spaanse les in de bergen.....

Of in de klas in het dorp....

Het verhaal van deze reis mag hier eindigen. Het gaat om hier vooral om het reizen in dit geval met de motor. De terugweg ging feitelijk in één dag omdat ik ervoor koos weer snel bij Gerda te zijn via de tol- en snelwegen. Zelfs dat soort rijden is ontspanning.
Zo kwam er een einde aan een leuke, nuttige vakantie in een schitterende omgeving met ook nog eens prachtig weer. Leuk, vanwege het verblijf in dit fraaie dorp en het min of meer samenleven met de bewoners. Vooral met iemand als Alfredo voelde het een beetje als logeren bij familie. Door de ongedwongen sfeer en de hartelijkheid van deze mensen. Nuttig, omdat mijn Spaans er enorm door is verbeterd, vooral in het spreken. Bij de conversatielessen in Utrecht én de zelfstudie thuis had ik al redelijk wat opgehaald van de grammatica, maar mijn  spreekvaardigheid vond ik zelf allerbelabberdst. 
Meteen al de eerste dag in San Juan was ik maar zo brutaal om tussen de mensen vóór de tienda te gaan zitten en mij voor te stellen met de simpele opmerking: "Hola, que tal? Soy Jan de Holanda y estoy aqui para aprender Español", of woorden van gelijke strekking. En eigenlijk verliep dat die eerste dag toch erg moeizaam, maar elke dag was er wel verbetering en al na een paar dagen verliepen die gesprekjes steeds gemakkelijker. Zelf realiseerde ik mij dat niet zo want ik "struikel" zelf eerder over wat ik fout doe dan dat ik mezelf een schouderklopje geef om wat ik dan goed doe.
Ook het verstaan van de mensen die je ontmoet, is sterk verbeterd. Een van de laatste avonden zat ik op de binnenplaats van Casa la Plaza met drie mannen te praten. De een kwam uit Bilbao en was transporteur, de tweede was leraar geschiedenis en de derde hield het wat schimmig maar ik vermoedde een arts. 
En dan blijkt pas hoe je je hebt kunnen verbeteren, want meer dan een uur hebben we over verschillende onderwerpen gesproken en dat waren geen koetjes en kalfjes. Waar ik iets niet verstond of begreep, deden zij ook moeite om te helpen omdat men het zeer waardeert dat je hun taal wilt leren. Juist dit soort waardering van Spanjaarden zelf gaf mij het gevoel dat het goed gaat en heeft mij ertoe gebracht in september verder te gaan. En mogelijkerwijs zit er volgend jaar dan een hernieuwde kennismaking in met San Juan de Plan en de bewoners. Daar ga ik voor!!

Met veel dank aan Marjanne Haitsma…van ConTacto Spaans............……………....Jan Motorratón.
 

Hasta Luego