Cagli 2002 en 2016 in voorbereiding

                                                       Naar San Marzano di San Giuseppe 

In 2002 ontstond het plan om mijn Italiaans wat op te halen in Italië. Privé omstandigheden maakten dat ik voor het eerst in vele jaren alleen op vakantie "moest". Om zomaar wat in de rondte te trekken, zag ik nog niet zo zitten en om helemáál in mijn eentje te zitten ook niet.
Ik had al een drietal jaren Italiaans gevolgd aan de Volksuniversiteit van Zwijndrecht dus daarom maar eens rondgekeken op het internet. In het plaatsje Cagli in de gemeente Pesaro-Urbino in de provincie Le Marche.
Cagli 2016:  De taalcursus werd georganiseerd door ItalStudio in Instituto Atrium. Inmiddels hebben zij Cagli verruild voor  en andere cursusplaats. Vanwege dat gevreesde alleen-zijn, besloot ik mij aan te melden voor een plaatsje bij een gastgezin, één van de mogelijkheden naast een
hotel of appartement. Tegelijkertijd kwam het idee op om eens bij mijn Italiaanse familie te gaan kijken in de buurt van Taranto in de hak van de laars.
Mijn overleden zwager kwam uit San Marzano di San Giuseppe en een broer en zus wonen daar nog steeds in het ouderlijk huis. Antonio, zijn zoon mijn neef, kon ik daar dan gelijk even afleveren. Zelf zou ik dan terugrijden naar Cagli om mij voor twee weken bij mijn gastouders en Atrium te vervoegen. Daarna weer terug naar  San Marzano di GS om daar een paar dagen rond te trekken  met Antonio of Tony en dan weer de grote reis naar huis. Mooie planning en zo geschiedde het ook. 

Tony of Toon laadt z`n motor in en Peppino en Rita tijdens een tochtje bramen plukken

Op 12 juni arriveerde ik vroeg in de middag met de bus bij Tony. Het plan was om ongeveer 02.00 uur te vertrekken en de rest van de dag benutten wij om onze spullen in te laden waaronder zijn motorfiets. Dat kostte allemaal niet zoveel moeite en tijd en we hadden alle  gelegenheid lekker te eten (chili con carne o.a.) en vroeg het mandje op te zoeken. We vertrokken om 02.20 uur in het bezit van koud drinken, vers brood en kaas, salame, tomaten en fruit. Dit werd tijdens de noodzakelijke stops genuttigd. De reis verliep zeer voorspoedig en al om 17.00 uur waren wij in Rimini. 1450 km in 14 uur  inclusief de stops is een mooi gemiddelde. Tony vond in een van de zijstraten van de boulevard een aardig hotel met aardige mensen. De baas heb ik de grote homp oude boerenkaas maar cadeau gedaan want die was moeilijk goed te houden bij 28 graden. Voor mijn gastgezin in Cagli, de familie Tarsi, moest ik dan maar wat anders verzinnen.

`s Avonds aten wij aan de boulevard op het terras en konden zo genieten van de vele Italiaanse schonen en de talloze Ducati`s die hier voorbij flaneerden. Soms leek het wel oorlog. Na een paar grote bieren, lekker eten met een paar bellen wijn zou het goed slapen moeten zijn. Maar helaas, Tony bleek te snurken als een os. Wat een herrie maakte die kerel. Hij kon dat zelf maar moeilijk geloven en zou het bewijs van zijn wangedrag later krijgen. De volgende morgen vertrokken wij om 06.00 uur richting Taranto.
Al om 12.00 uur zagen wij de haven liggen en via een omweg belandden wij aan de goede kant van Taranto om door de campagna naar San Marzano te rijden. Ons tijdstip van aankomst was wat minder gelukkig. De mensen eten daar warm tussen  twaalf en één en gaan dan een uurtje of drie slapen . Na enig overleg om pas later aan te kloppen, besloten wij toch maar aan te bellen bij Tante Angela en Giuseppe. Wij werden zeer hartelijk ontvangen en er moest meteen worden meegegeten. Fava, een soort tuinbonenpasta, gekookte courgettes met kruiden en knoflook en wat vlees. Een glaasje werd er ook bij getapt. Het feit dat ik een beetje Italiaans spreek, bleek wat drempels te slechten. het familieverwantschap droeg daar natuurlijk ook stevig aan bij.

Daarbij moet ik zeggen dat vooral Tante Angela soms moeilijk te volgen was vooral als zij "op stoom" lag. Van Tony begreep ik dat in dit deel van Italië de Albanese en Griekse invloed van vroeger nog erg groot is. Je vindt dat terug in de bouw van de mensen, hun voorkomen, het eten fava en vooral de taal. Dat is bijna Albanees en daarom moest ik het meeste door Tony laten vertalen.
Na deze maaltijd moesten wij gaan slapen. Ja, moesten, want tante Angela duldt geen tegenspraak! En het was hier dat Tony door de mand viel met zijn gesnurk.
Het hele huis daverde ervan en Giuseppe en Angela spraken van schande en dat terwijl ik hem uit het tweepersoonsbed (!) had geschopt naar de voorste kamer. Maar ook dat hielp weinig. Van schaamte kroop Tony achter zijn handen.

Na het slaapje kwamen er nog wat familieleden ons begroeten en wij legden zelf ook een paar bezoekjes af bij La Famiglia. Toen moest er worden uitgevogeld waar ik mijn auto moest laten. Zuid-Italië wordt al vrij lang geteisterd door illegale immigranten uit met name Albanië.                  
Ook de maffia is voelbaar aanwezig en dat ding moest achter slot en grendel hoewel ik daar zelf tamelijk laconiek over was. Besloten werd dat ik een plaatsje kreeg in de garage van Salvatore en Fontana. Daarna bezochten wij nog enkele andere familieleden in het dorp. We zouden om negen uur terug zijn bij Giuseppe en Angela voor het avondeten, dat werd half tien wat ons haar toorn opleverde.
Wederom de Fava maar nu met kalkoen en wijn. Om ongeveer elf uur wilde ik naar bed omdat ik `s morgens om zes uur op weg wilde gaan naar Cagli. Daar wilde ik rond een uur of twee zijn. Daarvoor moest Salvatore ook vroeg uit de veren om mij naar zijn garage te brengen. dat was allemaal geen probleem. De spullen in de auto en met Tony op de motor voorop om mij naar de snelweg te begeleiden. Het afscheid was hartelijk en zij stonden erop dat ik bij terugkomst minstens een dag zou blijven. Dat zouden er drie of vier worden na twee weken Cagli. En zo reed ik in mijn eentje weer naar het Noorden.

Het middeleeuwse huis van Peppino en Rieta. Uit mijn kamer keek ik meteen op de kerk. Chiesa di Santa Maria della Misericordia: 

De reis naar Cagli verliep voorspoedig behoudens een drietal ongelukken waarvan één vrij grote waar een achttal voertuigen bij betrokken was. Dat zorgde voor enig oponthoud, maar gelukkig leken de persoonlijke gevolgen mee te vallen en bijgevolg veel geschreeuw en gebaren van langs en over de weg lopende mensen. Zodoende was ik al om één uur in Cagli, veel te vroeg om mij al bij de familie Tarsi te melden waar ik pas na tweeën werd verwacht. Tijd dus om even een rondgang door het stadje te maken en wat foto`s te maken. 
          Cagli heeft zijn oorsprong in de Romeinse tijd zoals te lezen valt in het hoofdstuk 
            
                         Storia van de Italiaanse Wikipedia.
Het huis van Peppino en Rita ligt precies op de hoek van de Via Marconi en de Via Flaminia.
Het is vier verdiepingen hoog met middeleeuws dikke muren en een massief stenen trap die naar de eerste woonverdieping voert boven de garages en opslagruimtes die op de begane grond liggen. Het kerkje ernaast is de Santa Maria della Misericordia en stamt uit de 13de eeuw.
De Via Flaminia was ook in de oude  Romeinse tijd een belangrijke  route naar het Noorden.

Het was erg warm en windstil. De warmte stond tussen de hoge huizen.
De bus had ik op het Piazza Garibaldi geparkeerd en ik bekeek even de paar marktkraampjes die er stonden. Hoofdzakelijk groenten en fruit. Ik kocht een paar appels als lunch. Daarna liep ik naar de duomo en nam een kijkje binnen.
Daar was het tenminste koel. Ik vervolgde mijn wandeling al fotograferend en maakte eigenlijk een grote ronde langs de buitenste ring van straatjes. Net na twee uur was ik weer terug bij mijn punt van vertrek in de Via Marconi en besloot maar eens aan te bellen. Blijkbaar was mijn tijd van aankomst niet doorgegeven door de school, of had ik dat wellicht zelf moeten doen?

Rita, de moeder, voelde zich duidelijk wat overvallen door mijn vroege komst en maakte zich druk over het feit dat mijn badkamer nog niet op orde was. In dit huis bevindt zich op iedere verdieping een ruime badkamer en dat is natuurlijk een heel gepoets. De ontvangst was niettemin weer hartverwarmend en dat betekent mee-eten en -drinken. De TV op hard maar die ging gelukkig op zacht. Ik maakte kennis met Pa Peppino, een koosnaampje voor Giuseppe en hun zoon van 15 jaar Giacomo. Morgen zal ik kennis maken met Elisa en Heloise die beiden studeren in Bologna. Twee heel aardige meiden waar ik het goed mee kan vinden omdat ik heel on-Italiaans het initiatief neem bij opruimen en vaatwassen, waardoor de markt voor Pa Peppino verpest wordt.
Die ploft na het eten op de bank, doet niets en is verontwaardigd dat ik wél help met afruimen en de vaat.
Tot mijn grote verrassing word ik door Peppino `s avonds meegenomen naar een opera.
Deze speelt in hun operagebouw een miniatuur Scala van Milaan. Van binnen ziet het er prachtig uit. Alle notabelen blijken aanwezig. De opera, Un Ballo in Mascera, wordt opgevoerd door studenten van een klassieke zangopleiding in Urbino. Hier blijken veel Aziatisch mensen die klassieke zang te studeren en daarnaast bij ons instituut het Italiaans. Vooral jonge mensen uit Korea en Japan die ik ook tijdens de cursus mee zal maken.

De zondag wordt voor mij beheerst door een incident waarvan ik later pas het signaal begrijpen zou. Hoewel het warm is, zo`n 32 graden, besluit ik de fiets uit de bus te halen en een tour door de omgeving te maken. Na een kilometer of tien moet ik al een keer van de fiets vanwege een pittige helling en ik hang half misselijk over mijn stuur bij te komen. Enige kilometers later komt de echte man met de hamer en ik moet in de berm gaan zitten. Ik heb een half uur nodig om een beetje bij te komen.
Ik besluit de helling verder maar op te lopen. Bovenaan stap ik weer op en sjees naar beneden naar een dorpje waar een café is. Allemaal mannen die naar Spanje - Ierland kijken. Ik besluit maar mee te kijken en intussen neem ik een paar glazen water. Als de wedstrijd afgelopen is, klim ik weer op de fiets en rij de kortste weg naar huis. Dat gaat onverwacht goed, ik kan toch weer redelijk klimmen. De fiets laat ik verder de hele vakantie in de bus staan en ik vertel niets aan mijn huisgenoten. Naast allerlei andere tekenen blijkt later dat jaar ik daar eigenlijk ontsnapt ben aan een hartinfarct en een dotteroperatie is het gevolg.

Maandagmorgen ga ik op pad naar het instituut Atrium waar het Italiaans zal worden gegeven.. Lerares Christina is aardig en we zijn slechts met acht leerlingen. Een Luxemburger, een Duitser, drie Koreanen , twee Japanners en ikzelf. Er is `s morgens en `s middags les en dat zijn hoofdzakelijk conversatielessen. Tijdens een van die lessen leg ik uit dat hier mooi het principe duidelijk wordt van een universele taal zoals  Ludoviko Lazaro Zamenhof dat bedoeld heeft met zijn Esperanto. Je kunt met iedereen uit de wereld communiceren als je allemaal dezelfde taal gebruikt, hier het Italiaans dus. Het is ongelooflijk om met een Japanner en Koreaan over je wederzijdse leven te kunnen praten.
Het blijkt dan ook dat het helemaal niet vanzelfsprekend is dat zij Engels spreken. Dat is alleen voor de hogere studenten die dat eventueel erbij mogen doen op de universiteiten.Tijdens deze twee weken was er ruimte genoeg, met name in de weekeinden om in de omgeving rond te kijken en dat deed ik dan ook. Bezoeken aan o.a. Fossombrone, Urbino, Alberobello en Gubbio.

Ook met Peppino en Rita ging ik op stap bijv. om bosbessen te plukken. Aan het eind van deze dag komen wij ook nog bij het klooster van Fonte Avellana. Hier schijnt Dante Alighieri gewerkt te hebben aan zijn Divina Commedia. Op zaterdag brengen we een bezoek aan zijn ouders. Die wonen in de campagna, een groot oud boerenhuis, veel land waarop groenten en fruit, kippen en konijnen voor de slacht etc.etc. natuurlijk ook de eigengemaakte rode en vooral heerlijke witte wijn in ruime mate voorhanden.

Het museum in Gubbio

Het klooster op de berg boven Gubbio

 

                                                                          Fossombrone

Deze keer heb ik van de titel maar een hyperlink gemaakt zodat u meteen wat fotowerk van Fossombrone op het internet kunt aanschouwen. De link in de tekst verwijst naar de Italiaanse site van dit plaatsje waar ook het nodige te vinden valt. Zelf ging ik op een warme, vrije middag hier eens buurten en ook dit dorp of stadje blijkt uit de eerste eeuw te stammen en heeft dezelfde vernietigingen en herstellingen meegemaakt als Cagli. ook deze site is de Italiaanse Wiki-variant omdat daar de meeste info op staat. Het rondtoeren in deze provincie, Pesaro-Urbino, is op zich al een belevenis. Veel minder toeristisch dan bijv. Toscane maar toch veel van dezelfde schoonheid. Het veelal middeleeuwse karakter van het centrum van de plaatsen maakt het extra mooi.
                                                                                  Urbino
Deze zeer fraaie universiteitsstad heb ik tweemaal kunnen bezoeken. Een keertje met Peppino en later een keertje solo. Met Peppino was het tevens een soort werkbezoek voor hem als afdelingshoofd van zijn vakbond. Dat liep uiteraard weer Italiaans uit de hand want laat in de middag was er een publiek debat waar ik mee naartoe werd gesleept en dat duurde tot tien uur `s avonds. Daarna moest er nog even gegeten worden zodat we ver na twaalven ons mandje in konden. Urbino is echt een uitgebreid bezoek waard. Ook hier koos ik vanwege de behoorlijke hoeveelheid info voor de Italiaanse variant van Wikipedia. Van hieruit kunt u gemakkelijk naar Nederlandse sites linken indien nodig.

                                                                               Gubbio

De laatste plaats is voor Gubbio en dat laatste is alleen maar hier. Ook Gubbio is een uitgebreid bezoek meer dan waard. Toen ik beneden op het grote plein van de stad stond zag ik hoog op de berg bebouwing, wat bij navraag een klooster  Sant  Ubaldo, bleek te zijn. Het was weer boven de 30 graden maar ik ben toch naar boven gegaan. Dat moest grotendeels te voet over een vrij steile weg. En ook hier kwam ik mijzelf behoorlijk tegen. Ik weet dat toen aan de warmte maar inmiddels weet ik beter. Onderweg was er steeds een fraai uitzicht over de stad.

Onderweg heb ik behoorlijk wat pauzes in moeten lassen maar ik,kwam er wel. Eenmaal boven absolute stilte en helemaal niemand te bekennen. Van bovenaf zag ik dat er beneden aan de rand van Urbino een Romeinse ruïne lag. ook die ben ik even gaan bekijken. Afdalen was op zich ook wel link want veel los gravel maakte dat je soms haast onderuit ging op je stuit. Allemaal goed afgelopen en een kleine foto-impressie vindt u hierbij. Wat mij betreft een regio waar je heel wat tijd door kunt brengen zonder je je te vervelen en nog steeds qua toerisme lekker rustig

Zo komt er op vrijdag 28 juni een eind aan twee weken Italiaans studeren, Italiaans slapen, eten, drinken, leven. Ik heb aardig wat bijgeleerd, denk ik, hoewel nog moet blijken hoe dat morgen in San Marzano di San Giuseppe uit gaat pakken. je zit daar toch helemaal in het diepe zuiden. Het praten zal wel gaan, maar het verstaan zal moeilijk blijven schat ik zo.
Zeker de oudjes zoals Giuseppe en Tante Angela vallen toch veelal terug op dat Italiaans -Albanees. Vrijdagavond neem ik Peppino en Rita mee uit eten en ondanks wat kleine strubbelingen in de afgelopen dagen wordt het een gezellig afscheid. Morgenochtend om zes uur ben ik weg want ik wil lekker bijtijds bij Tony en de famiglia aankomen.

Terug naar San Marzano en naar Huis           
 De terugreis verloopt dermate snel dat ik al om 11.15 uur in Taranto ben en vervolgens sta ik ook vóór twaalven in San Marzano. Dan heb ik een probleem want ik heb geen telefoonnummer en geen adres. Hier lijkt voor mij alles op elkaar dus dat wordt nog even zoeken. Het nadeel is dat iedereen al aan de siësta lijkt begonnen want in de hitte is er niemand op straat. Ergens wil een dame haar huis binnengaan en ik kan haar net op tijd aanroepen. Zij kan mij alleen maar naar de buurman verwijzen.
Aan de overkant blijkt een Collodi (pseudoniem) te wonen maar ook die geven niet thuis. Ik besluit maar eens wat rond te rijden en dan kom ik op een pleintje terecht waar een benzinepomp is, een paar winkeltjes en een soort "Tabac", zoals in Frankrijk.

De man wil mij wel helpen en duikt in het telefoonboek. Maar helaas de lijst Collodi`s is haast eindeloos dus dat schiet ook al niet op. Dan komt de pompbediende binnen en die weet onmiddellijk dat ik het over die grote jongen met die motorfiets uit Holland heb. Bingo! En als klap op de vuurpijl blijkt mijn famiglia Collodi om de hoek te wonen! Ik besluit de bus te laten staan en te gaan lopen. Voor de deur hang een soort rieten mat die ik opzij schuif. Ik doe de deur open en stap binnen. Door het half duistere voorhuis loop ik naar het keukentje en tref de familie aan tafel. Dat is weer een hartelijk welkom en natuurlijk aanschuiven.

Vanwege het daverende gesnurk van Tony wordt besloten dat wij samen verhuizen naar het huis in de campagna, een woning op het boerenland, van Salvatore en Fontana. De dagen die volgen worden gekleurd door bezoeken aan de familie wat bijna verplicht is. Maar iedereen is even aardig en vriendelijk en ik vind het zelf wel leuk om zo`n beetje ieder familielid te leren kennen. Daarnaast dient ook eer worden betoond aan de familie die er niet meer is. Daarvoor gaan we met Giuseppe naar de begraafplaats waar zij zo`n huisje/kapelletje hebben waar hun naam op staat. De boel wordt aangeveegd, de kaarsjes weer aangestoken en de nog lege plaats voor Pietro wordt bekeken. ooit zal hij worden overgebracht naar hier. Giuseppe leidt ons rond en wijst met een vinger op de lippen  op het graf van een nog jonge man. Het is hun buurjongen die vanwege loslippigheid(?) door de maffia nog niet zo lang geleden is vermoord. Die maffia is wel voelbaar maar niet zichtbaar aanwezig. Hoe en waarom kan ik niet zo zeggen maar er hangt in dit gebied altijd een wat vreemde sfeer.

Voor de rest gaan we veel op pad om allerlei belangwekkende, soms toeristische zaken te bekijken. Eén van de steden die ik graag wil zien is Taranto. Al in de oudheid een belangrijke havenplaats. Juist hier valt op hoe weinig er kan worden gedaan om al die oudheidkundige zaken voor het nageslacht te bewaren.
Hier is op het oog erg weinig mee gedaan en ik heb mij uit laten leggen dat het puur geldgebrek is. Een land als Italië zak nooit in staat zijn alles wat van belang is op te graven, te restaureren en te conserveren. Er is gewoon te weinig geld voor veel te veel wat nog verborgen ligt. een uitzondering vind ik in de buurt van San Marzano. Een oude kapel die is uitgegraven en naar mijn oordeel ook uit een zeer oude tijd moet stammen. 2de of 3de eeuw??

Het huis waar wij verblijven, bevat alles wat nodig is om met een groepje mensen te huisvesten dat op het land en aan de oogst te werkt.. Twee grote kamers, een keuken en een badkamer. Buiten is een schuur waar een zwarte watertank op staat die overdag wordt opgewarmd, zeg maar opgehit door de zon.. De douche is daarbij ook buiten. Eten doen wij bij Giuseppe en Tante Angela en dat dan tweemaal warm per dag!! Ik raak er compleet door ontregeld. Het één is nog niet uit mijn maag naar verderop getransporteerd of daar komt alweer een berg zware kost. Allemaal prima eten , met liefde klaargemaakt maar ik ontkom er niet aan om voor mezelf iets anders te eten te kopen om wat lucht te krijgen. Maar dat is helemaal tegen het zere been van Tante Angela. Ik krijg in haar taaltje dan ook de volle laag. Tony lacht wat en ik heb half en half wel door wat zij zegt. Nou ja, dan maar geen vent maar wel een vent die niet verstopt zit. Maar het blijft allemaal best aardig.

Zondag, maandag en dinsdag zijn wij op pad en gaan naar Taranto, Alberobello met de Trulli`s, Grottaglie met z`n aardewerk en niet te vergeten Manduria. Daar koop ik een aardige hoeveelheid wijn. De Primitivo di Manduria. Een paar dozen die niet op eikenhouten vaten zijn gelagerd en een paar dozen, de laatste, die dat wel zijn , de zogenoemde barrique`s. Geweldige hoog alcoholische wijnen kunnen ze daar maken. Er zijn slechts een paar plekken op aarde waar een gistcel ontstaat die bestand is tegen hogere percentages dan 15 waarbij de normale gistcellen het loodje leggen . De wijnen die ik bij verschillende familieleden proefde zaten daar duidelijk boven maar in "de handel" laat men het blijkbaar bij 14 of 14,5 %. Juist deze week, 10 mei 2007, heb ik de laatste soldaat gemaakt en hij was voortreffelijk. Ik moet dus maar weer eens terug, want hier vraagt men een onbehoorlijk hoge prijs voor Primitivo`s en die komen niet eens uit Manduria maar uit Puglia, de hele provincie dus.

Dan komt onvermijdelijk het moment waarop we terug moeten naar ons kikkerlandje. We nemen afscheid van La Famiglia en speciaal van tante Angela en Giuseppe. We hebben besloten om de rit in één keer te doen. We kunnen tenslotte wisselen in rijden en slapen dus dat moet kunnen, De reis verloopt zonder problemen behalve bij de grens tussen Italië en Zwitserland. Een Italiaans jochie met een pet op meent mij aan te kunnen spreken alsof ik z`n demente opa ben maar dat loopt even mis voor hem. In mijn beste Italiaans verplicht ik hem tot het gebruik van het woord "per favore" als hij mij iets toesnauwt. Dat lukt redelijk en als hij de volle bus ziet, besluit hij af te zien van een controle. Teveel werk en ik dreig al naar het kantoor te lopen om zijn baas met een bezoek te vereren Het blijft toch een vreemd fenomeen, geef een schlemiel een pet en prompt denkt deze dat`ie een vent is. Tony heeft het er niet op want ja, zoiets doe je niet met een douanemeneertje. Het loopt dus met een sisser af en zoals te doen gebruikelijk in Nederland sta je midden in de nacht in de file.
  terug naar boven